Brandstof voor onderweg
Een ander belangrijk onderdeel van je raceplan is het bepalen van punten waarop je iets gaat eten of drinken. De marathon is namelijk dusdanig lang, dat je lichaam onderweg tegen een energietekort aan gaat lopen en dat zul je aan moeten vullen om je inspanning vol te kunnen blijven houden. Het is dus niet alleen zaak om te bepalen op welke punten je tijdens de marathon iets te eten of drinken gaat pakken, maar om je lichaam ook te trainen de voedingsstoffen tijdens het lopen te verwerken.
Daarbij is het – helemaal als je gebruik wilt maken van de verzorgingsposten langs de route – goed om tijdens je training vast te testen hoe je lichaam op die voeding reageert. Mocht het zo zijn dat de (sport)voeding die de organisatie versterkt bij jou niet zo lekker valt, dan kun je daar vast op bijsturen door bijvoorbeeld eigen gelletjes of energierepen mee te nemen. Let tijdens je duurlopen ook eens op je hongergevoel of energieniveau onderweg. Als je bijvoorbeeld altijd na 15 kilometer een kleine dip krijgt, dan is het wellicht verstandig om bij 13 of 14 kilometer alvast wat te eten.
Voor je voedingsplan kun je het beste een inname van 60 tot 70 gram koolhydraten per uur aanhouden. Voor het beste effect begin je dus in het eerste uur al met eten en het liefste verdeel je dat over 3 porties. Elke 20 minuten eten dus. Zeker in het eerste uur zul je nog niet het gevoel hebben dat je dat eten nodig hebt, maar geloof ons: je lichaam én jijzelf zijn je later dankbaar.
Naast voeding heeft je lichaam onderweg ook extra vocht nodig. Je verliest namelijk een behoorlijk deel van je vochtvoorraad door zweten en je ademhaling (echt waar), en dat moet weer aangevuld worden. Anders dan een vuistregel voor de hoeveelheid koolhydraten die je in moet nemen, zijn de individuele verschillen in vochtbehoefte behoorlijk.
Gelukkig is er wel een makkelijke manier om bij jezelf te bepalen hoeveel vocht je verliest. Ga voor de training nog één keer naar de wc en weeg jezelf dan. Schrijf dit ergens op. Houd tijdens je training bij hoeveel je drinkt, en weeg jezelf bij terugkomst nog eens. Het verschil tussen beide gewichten plus het gewicht van het drinken dat je tijdens je training tot je hebt genomen, staat gelijk aan de liters vocht die je onderweg verliest. Dat bereken je dan door naar de marathon, en je weet hoeveel je onderweg aan moet vullen. De stelregel is wel dat je daar 1,5 liter onder mag blijven (niet meer!), dus je hoeft het volledige verlies onderweg niet bij te drinken.